NEDERLANDS
🇩🇪

Kamperen

VerbA1

Hilfsverb

hebben

regelmatig werkwoord

Kamperen verwijst naar het verblijven in een tent, caravan of camper, meestal in de natuur of op een camping.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Beispiele

  • Ik kampeer elke zomer in Nederland.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zij hebben vorig jaar in Italië gekampeerd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Kampeer je vaak in het buitenland?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Als het mooi weer is, kamperen wij graag.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.