Kassa
Singularformen
'Kassa' is meestal enkelvoud in de zin van één plek waar je betaalt. Bijvoorbeeld: 'Deze winkel heeft maar één kassa.'
- Bestimmt (de/het)
- Unbestimmt (een)
- Ohne Artikel
Pluralformen
'Kassa's' gebruik je als er meerdere betaalpunten zijn. Bijvoorbeeld: 'Alle kassa's zijn bezet.'
- Bestimmt (de)
- Ohne Artikel
Verkleinerungsform
Het kassaatje klinkt schattig of informeel, vaak gebruikt voor kleine winkels of situaties met een vriendelijke sfeer.
informeel
Häufige Komposita
kassabon
bonnetje dat je krijgt bij de kassa
kassamedewerker
persoon die bij de kassa werkt
kassasysteem
elektronisch systeem van de kassa
zelfscan-kassa
kassa waar je zelf je boodschappen scant
Häufige Wortkombinationen
betalen
'Betalen' is een veelvoorkomend werkwoord bij 'kassa', omdat je daar afrekent.
wachten
'Wachten' wordt vaak gebruikt omdat mensen soms in de rij moeten staan bij de kassa.
open/dicht
'Open' en 'dicht' beschrijven of de kassa in gebruik is of niet.
afrekenen
'Afrekenen' betekent hetzelfde als 'betalen' en wordt vaak gebruikt in winkels.
Wichtige Hinweise
- usage:In sommige winkels zeggen mensen 'kassa' om aan te geven dat ze willen betalen, bijvoorbeeld: 'Kassa, alstublieft!'
- countability:'Kassa' is telbaar. Je kunt één kassa hebben of meerdere kassa's.
- irregular:De meervoudsvorm is regelmatig: 'kassa' wordt 'kassa's'.
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.