NEDERLANDS
🇩🇪

Kassa

deSubstantivA1

Singularformen

'Kassa' is meestal enkelvoud in de zin van één plek waar je betaalt. Bijvoorbeeld: 'Deze winkel heeft maar één kassa.'

Bestimmt (de/het)
Unbestimmt (een)
Ohne Artikel

Pluralformen

'Kassa's' gebruik je als er meerdere betaalpunten zijn. Bijvoorbeeld: 'Alle kassa's zijn bezet.'

Bestimmt (de)
Ohne Artikel

Verkleinerungsform

Het kassaatje klinkt schattig of informeel, vaak gebruikt voor kleine winkels of situaties met een vriendelijke sfeer.

informeel

Häufige Komposita

  • kassabon

    bonnetje dat je krijgt bij de kassa

  • kassamedewerker

    persoon die bij de kassa werkt

  • kassasysteem

    elektronisch systeem van de kassa

  • zelfscan-kassa

    kassa waar je zelf je boodschappen scant

Häufige Wortkombinationen

  • betalen

    'Betalen' is een veelvoorkomend werkwoord bij 'kassa', omdat je daar afrekent.

  • wachten

    'Wachten' wordt vaak gebruikt omdat mensen soms in de rij moeten staan bij de kassa.

  • open/dicht

    'Open' en 'dicht' beschrijven of de kassa in gebruik is of niet.

  • afrekenen

    'Afrekenen' betekent hetzelfde als 'betalen' en wordt vaak gebruikt in winkels.

Wichtige Hinweise

  • usage:In sommige winkels zeggen mensen 'kassa' om aan te geven dat ze willen betalen, bijvoorbeeld: 'Kassa, alstublieft!'
  • countability:'Kassa' is telbaar. Je kunt één kassa hebben of meerdere kassa's.
  • irregular:De meervoudsvorm is regelmatig: 'kassa' wordt 'kassa's'.

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.