NEDERLANDS
🇩🇪

Katholiek

AdjektivA1

Attributive Formen

Als je 'katholiek' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het soms. Voor 'de'-woorden en in het meervoud gebruik je 'katholieke': 'de katholieke kerk', 'katholieke mensen'. Voor 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je 'katholiek': 'katholiek onderwijs'.

Mit bestimmtem Artikel
Mit unbestimmtem Artikel
Ohne Artikel

Prädikative Form

Als je zegt dat iets of iemand katholiek is, gebruik je altijd 'katholiek' na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden': 'Zij is katholiek'. Er komt dan geen -e achter.

Komparativ

Als je twee dingen vergelijkt en zegt dat het ene katholieker is dan het andere, gebruik je 'katholieker'. Bijvoorbeeld: 'Deze regio is katholieker dan die regio'.

Grundform
Mit „dan"

Superlativ

Als iets het meest katholiek is, gebruik je 'katholiekst' of 'katholiekste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'katholiekst': 'Dit is het katholiekst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'katholiekste': 'de katholiekste school'.

Attributiv
Prädikativ

Wichtige Hinweise

  • usage:'Katholiek' kan zowel een bijvoeglijk naamwoord als een zelfstandig naamwoord zijn. Als bijvoeglijk naamwoord beschrijft het iets dat met de katholieke kerk te maken heeft.
  • spelling:Let op de spelling: in de stellende trap gebruik je 'katholiek' (zonder -e) na 'het' of als het zelfstandig gebruikt wordt, en 'katholieke' (met -e) voor de-woorden en meervoud.

Weiterlernen

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.