Katholiek
Attributive Formen
Als je 'katholiek' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, verandert het soms. Voor 'de'-woorden en in het meervoud gebruik je 'katholieke': 'de katholieke kerk', 'katholieke mensen'. Voor 'het'-woorden zonder lidwoord gebruik je 'katholiek': 'katholiek onderwijs'.
- Mit bestimmtem Artikel
- Mit unbestimmtem Artikel
- Ohne Artikel
Prädikative Form
Als je zegt dat iets of iemand katholiek is, gebruik je altijd 'katholiek' na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden': 'Zij is katholiek'. Er komt dan geen -e achter.
Komparativ
Als je twee dingen vergelijkt en zegt dat het ene katholieker is dan het andere, gebruik je 'katholieker'. Bijvoorbeeld: 'Deze regio is katholieker dan die regio'.
- Grundform
- Mit „dan"
Superlativ
Als iets het meest katholiek is, gebruik je 'katholiekst' of 'katholiekste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'katholiekst': 'Dit is het katholiekst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'katholiekste': 'de katholiekste school'.
- Attributiv
- Prädikativ
Wichtige Hinweise
- usage:'Katholiek' kan zowel een bijvoeglijk naamwoord als een zelfstandig naamwoord zijn. Als bijvoeglijk naamwoord beschrijft het iets dat met de katholieke kerk te maken heeft.
- spelling:Let op de spelling: in de stellende trap gebruik je 'katholiek' (zonder -e) na 'het' of als het zelfstandig gebruikt wordt, en 'katholieke' (met -e) voor de-woorden en meervoud.
Weiterlernen
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.