Singularformen
Koek is een zelfstandig naamwoord in enkelvoud.
- Bestimmt (de/het)
- de koek
- "Ik eet de koek."
- Unbestimmt (een)
- een koek
- "Ik wil een koek."
- Ohne Artikel
- koek
- "Koek is lekker."
Pluralformen
Koeken is de meervoudsvorm van koek.
- Bestimmt (de)
- de koeken
- "De koeken zijn vers."
- Ohne Artikel
- koeken
- "Ik heb koeken gebakken."
Verkleinerungsform
Het diminutief suggests iets kleins of schattigs.
informeel
HĂ€ufige Komposita
koekjesdeeg
"Ik maak koekjesdeeg voor de koekjes."
deeg om koekjes van te maken
koekpunt
"Het koekpunt was erg populair bij het feest."
speciaal soort koek
HĂ€ufige Wortkombinationen
chocoladekoek
"Ik heb een chocoladekoek meegebracht."
Een koek met chocolade, vaak zoet en geliefd.
appeltaart met koek,
"De appeltaart heeft een koekachtige bodem."
Soms worden mogen we koekjes gebruiken in de recepten voor taarten.
Wichtige Hinweise
- countability:Koek is telbaar in de context van een enkele koek, maar kan ook onbepaald zijn in bredere zin.
- register:In informele situaties meer gebruikt, zoals op feesten en bij vrienden.
- usage:Koek wordt vaak geassocieerd met snacks of lekkernijen.
- irregular:De meervoudsvorm is niet altijd logisch afgeleid van de enkelvoudsvorm, zoals bij andere woorden.
Dieses Wörterbuch ist KI-generiert â das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.