Krimpen
Hilfsverb
hebben of zijn
onovergankelijk werkwoord (kan zowel met 'hebben' als 'zijn' als hulpwerkwoord in de voltooide tijd)
Het werkwoord 'krimpen' kan zowel letterlijk (bijv. kleding die kleiner wordt) als figuurlijk (bijv. een economie die krimpt) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Mijn trui is gekrompen na de was.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De economie krimpt dit jaar met 2%.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als de stof krimpt, wordt de broek te strak.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij kromp ineen van de pijn.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik hoop dat de vraag naar ons product niet krimpe.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.