Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de lerende student', gebruik je 'lerende' vóór het zelfstandig naamwoord. Dit geeft aan dat de student actief aan het leren is.

Mit bestimmtem Artikel
de lerende
"De lerende student maakt veel opgaven."
Mit unbestimmtem Artikel
een lerende
"Een lerende persoon is altijd nieuwsgierig."
Ohne Artikel
lerende
"Lerende kinderen zijn actief."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'lerend'. Bijvoorbeeld, 'De student is lerend.' dat betekent dat de student bezig is met leren.

lerend
"De student is lerend."

Komparativ

In de comparatieve vorm zegt men 'lerender'. Bijvoorbeeld, 'Hij is lerender dan vorig jaar' betekent dat hij nu meer leert dan voorheen.

Grundform
lerender
"Hij is lerender dan vorig jaar."
Mit „dan"
lerender dan
"Zij is lerender dan hij."

Superlativ

In de superlatieve vorm zegt men 'de lerendste'. Bijvoorbeeld, 'De lerendste leerling van de klas is vaak enthousiast' betekent dat deze leerling het meest leert van iedereen.

Attributiv
de lerendste
"De lerendste leerling van de klas is vaak enthousiast."
Prädikativ
lerendst
"Hij is de lerendst van allemaal."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Leren' wordt vaak gebruikt om een proces aan te duiden, hier komt het voor als een adjectief.
  • spelling:Het woord 'leren' in de vorm van een adjectief kan veranderen afhankelijk van de context.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.