🇩🇪

Leven

Hilfsverb

hebben

onovergankelijk werkwoord

Het werkwoord 'leven' kan zowel letterlijk (biologisch bestaan) als figuurlijk (een bepaalde levensstijl hebben) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Beispiele

  • Ik leef al tien jaar in Nederland.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Leefde je vroeger in een dorp?

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft een rustig leven geleefd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Leef gezond en blijf actief!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Leve de jarige!

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.