NEDERLANDS
🇩🇪

Mager

Adjektiv

Attributive Formen

Als je 'mager' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het vaak. Bij 'de' of 'het' gebruik je 'magere': 'de magere hond'. Bij 'een' gebruik je ook 'magere': 'een magere appel'. Maar in algemene uitspraken zonder lidwoord gebruik je 'mager': 'Mager vlees is gezond'.

Mit bestimmtem Artikel
Mit unbestimmtem Artikel
Ohne Artikel

Prädikative Form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'mager'. Bijvoorbeeld: 'De patiënt is mager' of 'Het kind wordt mager'.

Komparativ

Om te zeggen dat iets of iemand minder vet heeft dan iets of iemand anders, gebruik je 'magerder'. Bijvoorbeeld: 'Deze soep is magerder dan die saus'. Als je een vergelijking maakt, gebruik je 'dan': 'Hij is magerder dan zijn zus'.

Grundform
Mit „dan"

Superlativ

Om te zeggen dat iets of iemand het minst vet is van allemaal, gebruik je 'magerst' of 'magerste'. Na 'het' of 'het meest' gebruik je 'magerst': 'Dit is het magerst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'magerste': 'Dit is de magerste melk'.

Attributiv
Prädikativ

Wichtige Hinweise

  • usage:'Mager' wordt vaak gebruikt om te praten over mensen, dieren of voedsel die weinig vet hebben.
  • spelling:In de overtreffende trap krijgt 'mager' een extra 'e' in attributieve positie: 'magerste'.

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.