Meehelpen
Hilfsverb
hebben
scheidbaar werkwoord, regelmatig (met onregelmatige verleden tijd)
Het werkwoord 'meehelpen' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand assisteert of deelneemt aan een gezamenlijke taak of activiteit.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik help vandaag mee in de keuken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je gisteren meegeholpen met de verhuizing?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als iedereen meehelpt, zijn we snel klaar.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Help je mee met het versieren van de kerstboom?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Zij hielpen mee om de straat schoon te maken.
verleden tijd, aantonende wijs
Weiterlernen
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.