NEDERLANDS
🇩🇪
  • Naderhand
    Adverblater daarna

Naderhand

  • naderhand

    Adverb

    later; daarna

    1. tijd

      Op een later tijdstip; iets gebeurt of wordt gezegd daarna.

      We hadden eerst vergaderd en naderhand gingen we iets drinken.

    naderhand bleeknaderhand verteldenaderhand beslotennaderhand contact opnemen

Weiterlernen