deCommon Noun

Singularformen

"nationaliteit" betekent de status waarin iemand als burger van een land wordt erkend.

Bestimmt (de/het)
de nationaliteit
"Wat is jouw nationaliteit?"
Unbestimmt (een)
een nationaliteit
"Je kunt een nationaliteit kiezen."
Ohne Artikel
nationaliteit
"Nationaliteit is belangrijk voor de registratie."

Pluralformen

De meervoudsvorm 'nationaliteiten' verwijst naar verschillende landennationaliteiten.

Bestimmt (de)
de nationaliteiten
"De nationaliteiten van de mensen zijn verschillend."
Ohne Artikel
nationaliteiten
"Er zijn veel nationaliteiten in onze klas."

Verkleinerungsform

het nationaliteitje
"Een nationaliteitje kan verschillende betekenissen hebben."

De diminutief wordt zelden gebruikt en kan als schattig of ironisch worden ervaren.

informal

HĂ€ufige Komposita

  • staatsnationaliteit

    "Bij de staatsnationaliteit hoort bepaalde rechten."

    de nationaliteit van een staat

  • dubbele nationaliteit

    "Hij heeft een dubbele nationaliteit."

    het hebben van twee nationaliteiten

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • met nationaliteit

    "Met nationaliteit kom je vaak in contact met wetten."

    Vaak gebruikt in juridische context.

  • van verschillende nationaliteiten

    "We hebben vrienden van verschillende nationaliteiten."

    Geeft aan dat er veel diversiteit is.

Wichtige Hinweise

  • countability:'nationaliteit' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Gebruik 'nationaliteit' in formele en informele contexten.
  • usage:'nationaliteit' is vaak gerelateerd aan identificatie en juridische zaken.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.