NEDERLANDS
🇩🇪
  • Ofschoon
    Konjunktionhoewel ondanks het feit dat

Ofschoon

  • ofschoon

    Konjunktion

    hoewel, ondanks het feit dat

    1. tegenstelling

      Een onderschikkend voegwoord waarmee je zegt dat iets wel gebeurt of waar is, maar dat het toch geen invloed heeft op iets anders of het teg

      Hij ging naar zijn werk, ofschoon hij zich ziek voelde.

    ofschoon het waar isofschoon het regentofschoon hij ziek isofschoon ze moe is

Weiterlernen