Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de onnozele man' of 'een onnozel kind', gebruik je 'onnozele' of 'onnozel' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de onnozele
"Dat is de onnozele man."
Mit unbestimmtem Artikel
een onnozel
"Hij is een onnozel kind."
Ohne Artikel
onnozel
"Dat is onnozel."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'onnozel': Bijvoorbeeld, 'Hij is onnozel.'

onnozel
"Hij is onnozel."

Komparativ

Om te vergelijken gebruik je 'onnozeler': Bijvoorbeeld, 'Jij bent onnozeler dan zij.'

Grundform
onnozeler
"Jij bent onnozeler dan zij."
Mit „dan"
onnozelere
"Hij is onnozelere dan zijn vrienden."

Superlativ

Voor het hoogste niveau gebruik je 'onnozelste': Bijvoorbeeld, 'Hij is de onnozelste van de klas.'

Attributiv
de onnozelste
"Hij is de onnozelste van de groep."
Prädikativ
onnozelst
"Hij is onnozelst."

Wichtige Hinweise

  • usage:Onnozel kan worden gebruikt voor zowel mensen als dingen.
  • irregular:De comparatieve en superlative vormen zijn niet heel vaak gebruikt in de spreektaal.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.