Opdagen
Hilfsverb
zijn
onovergankelijk werkwoord
Het werkwoord 'opdagen' betekent verschijnen of arriveren, vaak op een afgesproken tijd of plaats.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Beispiele
Ik daag altijd op tijd op voor mijn werk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij daagde gisteren niet op voor de afspraak.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is belangrijk dat je op tijd opdagt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Daag morgen alsjeblieft op tijd op!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij is nog nooit te laat opgedaagd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.