Opdoen
VerbB1
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Beispiele
Ik heb nieuwe ideeën opgedaan tijdens de workshop en die wil ik toepassen in mijn project.
voltooid deelwoord, neutraal
Door het lezen van boeken doe ik nieuwe kennis op die mij helpt in mijn studie.
tegenwoordige tijd, neutraal
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.