Adjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de opgewonden persoon' of 'een opgewonden kind', gebruik je 'opgewonden' vóór het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de opgewonden persoon
"De opgewonden persoon praat veel."
Mit unbestimmtem Artikel
een opgewonden kind
"Ik zie een opgewonden kind in het park."
Ohne Artikel
opgewonden
"Hij is altijd opgewonden."

Prädikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'opgewonden': De hond is opgewonden.

opgewonden
"Zij is opgewonden voor het feest."

Komparativ

Als je vergelijkt, gebruik je 'opgewondener' om te zeggen dat iemand of iets meer opgewonden is: Mijn broer is opgewondener dan ik.

Grundform
opgewondener
"Hij is opgewondener dan zij."
Mit „dan"
opgewondener dan
"Mijn hond is opgewondener dan jouw hond."

Superlativ

Als je het hoogste niveau aangeeft, gebruik je 'opgewondenste': Van alle kinderen in de klas is hij de opgewondenste.

Attributiv
de opgewondendste kinderen
"De opgewondendste kinderen kunnen niet stil zitten."
Prädikativ
opgewondenste
"Zij is de opgewondenste van de groep."

Wichtige Hinweise

  • usage:'Opgewonden' kan een emotionele toestand beschrijven die zowel positief als negatief kan zijn.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.