Oppas
deoppas
Substantivpersoon die tijdelijk op kinderen, dieren of een huis past
verzorger
Iemand die tijdelijk zorgt voor kinderen, dieren of een huis, bijvoorbeeld als de ouders of eigenaar weg zijn.
De oppas past vanavond op onze kinderen.
oppas regelenoppas zoekeneen oppas hebbenkinderoppasoppas inschakelenoppassen
Verb1) waarschuwen, voorzichtig zijn; 2) voor iemand (bijv. kinderen) zorgen voor korte tijd
waarschuwen
Iemand laten weten dat hij/zij voorzichtig moet zijn; opletten voor gevaar.
Pas op! De vloer is nat.
babysitten / zorgen voor
Voor iemand (meestal kinderen) zorgen en op hen letten voor een korte tijd.
Ik moet vanavond op mijn neefje oppassen.
pas op!oppassen opoppas regelenoppas zoekenoppas hebben