NEDERLANDS
🇩🇪

    Opvang

    A2commonZipf 3.2

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord

    • de opvang

      Substantiv/'ɔpfɑŋ/

      enkelvoud

      opvang

      meervoud

      opvangen
    • opvangen

      Verb/'ɔpfɑŋən; 'ɔpfɑŋə/

      infinitief

      opvangen

      tegenwoordige tijd

      vang opopvangvangt opopvangtvangen opopvangen

      verleden tijd

      ving opopvingvingen opopvingen

      tegenwoordig deelwoord

      opvangendopvangende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.