Opvang
A2commonZipf 3.2
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de opvang
Substantiv/'ɔpfɑŋ/enkelvoud
opvangmeervoud
opvangenopvangen
Verb/'ɔpfɑŋən; 'ɔpfɑŋə/infinitief
opvangentegenwoordige tijd
vang opopvangvangt opopvangtvangen opopvangenverleden tijd
ving opopvingvingen opopvingentegenwoordig deelwoord
opvangendopvangende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.