NEDERLANDS
🇩🇪

Organiseren

VerbA1

Hilfsverb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'organiseren' wordt vaak gebruikt in de context van plannen, evenementen, bijeenkomsten of structuren opzetten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Beispiele

  • Ik organiseer een vergadering om de plannen te bespreken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij organiseerde vorige week een workshop over duurzaamheid.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben een groot festival georganiseerd in het stadspark.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Organiseer jij de activiteiten voor de kinderen?

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat zij het evenement organiseert zoals besproken.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.