NEDERLANDS
🇩🇪

    Overleg

    A2commonZipf 3.7

    zelfstandig naamwoord, enkelvoud; bespreken; beraadslagen; tonen; overhandigen

    • het overleg

      Substantiv/ovər'lɛx/

      enkelvoud

      overlegoverlegje

      meervoud

      overleggenoverlegjes
    • overleggen

      Verb/ovər'lɛɣən; ovər'lɛɣə/

      bespreken; beraadslagen

      /overleggen-overlegd-of-overgelegd

      infinitief

      overleggen

      tegenwoordige tijd

      overlegoverlegtoverleggen

      verleden tijd

      overlegdeoverlegden

      tegenwoordig deelwoord

      overleggendoverleggende
    • overleggen

      Verb/'ovərlɛɣən; 'ovərlɛɣə/

      tonen; overhandigen

      /overleggen-overlegd-of-overgelegd

      infinitief

      overleggen

      tegenwoordige tijd

      leg overoverleglegt overoverlegtleggen overoverleggen

      verleden tijd

      legde overoverlegdelegden overoverlegden

      tegenwoordig deelwoord

      overleggendoverleggende

    Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.

    Kostenlos. Kein Passwort.