deCommon Noun

Singularformen

Partner is een zelfstandig naamwoord dat een persoon aangeeft met wie je samen bent.

Bestimmt (de/het)
de partner
"De partner van de leraar is ook docent."
Unbestimmt (een)
een partner
"Een partner kan helpen bij het maken van beslissingen."
Ohne Artikel
partner
"Partner is een belangrijk woord in deze context."

Pluralformen

Partners zijn meer dan één persoon die samen dingen doen of een relatie hebben.

Bestimmt (de)
de partners
"De partners werken samen aan dit project."
Ohne Artikel
partners
"Partners kunnen elkaar aanvullen."

Verkleinerungsform

partnertje
"Hij heeft een schattig partnertje voor het schoolproject."

Het leert dat iemand een jongere of minder belangrijke partner is.

informal

Häufige Komposita

  • zakenpartner

    "Hij is mijn zakenpartner."

    business partner

  • levenspartner

    "Ze zijn al jarenlang levenspartners."

    life partner

Häufige Wortkombinationen

  • goede partner

    "Zij is een goede partner in crime."

    Dit betekent dat ze samen een team vormen voor iets leuks of spannends.

  • ondersteunende partner

    "Hij is een ondersteunende partner in het project."

    Dit geeft aan dat de partner helpt en steun geeft.

Wichtige Hinweise

  • countability:Partner is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Het gebruik van 'partner' kan formeel zijn in zakelijke contexten en informeel in persoonlijke situaties.
  • usage:Het woord 'partner' kan verschillende betekenissen hebben, afhankelijk van de context.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.