🇩🇪

Passen

Hilfsverb

hebben

regelmatig werkwoord

'Passen' kan zowel letterlijk (bijv. kleding passen) als figuurlijk (bijv. aanpassen aan een situatie) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

  • u

Beispiele

  • Ik pas mijn nieuwe broek even.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij paste de sleutel in het slot.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de nieuwe regels gepast.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Pas op voor de hond!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hoewel het passe, is het niet ideaal.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.