Poffen
A2uncommonZipf 2.4
slag; plof; deel van een kledingstuk; neerploffen; doen neerkomen; braden
de pof
Substantiv/'pɔf/slag; plof
enkelvoud
pofpofjemeervoud
poffenpofjesde pof
Substantiv/'pɔf/deel van een kledingstuk
enkelvoud
pofpofjemeervoud
poffenpofjespoffen
Verb/'pɔfən; 'pɔfə/neerploffen; doen neerkomen; braden
infinitief
poffentegenwoordige tijd
pofpoftpoffenverleden tijd
poftepoftentegenwoordig deelwoord
poffendpoffendepoffen
Verb/'pɔfən; 'pɔfə/op de pof kopen
infinitief
poffentegenwoordige tijd
pofpoftpoffenverleden tijd
poftepoftentegenwoordig deelwoord
poffendpoffendepoffen
Verb/'pɔfən; 'pɔfə/doen opbollen
infinitief
poffentegenwoordige tijd
pofpoftpoffenverleden tijd
poftepoftentegenwoordig deelwoord
poffendpoffende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.