Prakken
B2uncommonZipf 2.0
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de prak
Substantiv/'prɑk/enkelvoud
prakprakjemeervoud
prakkenprakjesprakken
Verb/'prɑkən; 'prɑkə/infinitief
prakkentegenwoordige tijd
prakpraktprakkenverleden tijd
praktepraktentegenwoordig deelwoord
prakkendprakkende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.