Randen
Hilfsverb
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'randen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van tuinieren, landschapsarchitectuur of decoratie, waarbij iets wordt afgezet of omlijnd met een rand.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik rand de bloembedden met houtsnippers om onkruid tegen te houden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorige zomer hebben we de tuin gerand met witte stenen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rand jij de border even af met deze planten?
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij de tuin rande, zou het er veel netter uitzien.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aanvoegende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.