deCommon Noun

Singularformen

'reis' is een zelfstandig naamwoord dat een verhuizing of een tocht betekent.

Bestimmt (de/het)
de reis
"De reis was erg leuk."
Unbestimmt (een)
een reis
"Een reis naar Frankrijk is spannend."
Ohne Artikel
reis
"Reis is belangrijk voor kennis."

Pluralformen

De pluralis 'reizen' verwijst naar meerdere tochten of verhuizingen.

Bestimmt (de)
de reizen
"De reizen gaan vaak naar andere landen."
Ohne Artikel
reizen
"Reizen met de trein is comfortabel."

Verkleinerungsform

reisje
"We maken een klein reisje naar Amsterdam."

Het diminutief geeft een kleiner of schattiger gevoel.

informeel

Häufige Komposita

  • reisleider

    "De reisleider vertelde veel over de plaatsen die we bezochten."

    iemand die een groep mensen op reis begeleidt.

  • reisverzekering

    "Het is slim om een reisverzekering af te sluiten."

    een verzekering die je afneemt voor het geval er iets gebeurt tijdens je reis.

Häufige Wortkombinationen

  • een verre reis

    "Ik wil een verre reis maken naar Australië."

    Dit betekent dat de reis naar een ver land gaat.

  • veel reizen

    "Hij heeft veel reizen gemaakt in zijn leven."

    Dit betekent dat hij vaak weg is geweest.

Wichtige Hinweise

  • countability:'reis' is telbaar; je kunt zeggen 'een reis' of 'twee reizen'.
  • register:Het gebruik van 'reis' is neutraal en gepast in zowel formele als informele contexten.
  • usage:Het woord 'reis' wordt gebruikt in veel verschillende contexten: vakanties, zakelijke reizen en educatieve reizen.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.