Rekenen
Hilfsverb
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'rekenen' betekent meestal 'berekenen' of 'ertoe doen'. Het kan ook betekenen dat je op iemand of iets vertrouwt (bijv. 'op iemand rekenen').
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Beispiele
Ik reken de kosten van de vakantie uit.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je al gerekend hoeveel je moet betalen?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Rekenend op goed weer, namen we geen paraplu mee.
tegenwoordig deelwoord, deelwoord
Reken op mij als je hulp nodig hebt.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.