deCommon Noun

Singularformen

'Schoen' is een zelfstandig naamwoord dat gebruikt wordt om een voetbedekking te beschrijven.

Bestimmt (de/het)
de schoen
"De schoen is nat."
Unbestimmt (een)
een schoen
"Een schoen ligt op de grond."
Ohne Artikel
schoen
"Schoen is belangrijk voor je voeten."

Pluralformen

'Schoenen' is het meervoud van 'schoen' en verwijst naar meerdere voetbedekkingen.

Bestimmt (de)
de schoenen
"De schoenen zijn nieuw."
Ohne Artikel
schoenen
"Er liggen schoenen bij de deur."

Verkleinerungsform

schoentje
"Het schoentje is klein."

Diminutief wordt gebruikt om schattigheid of kleinheid te benadrukken.

Informeel

Häufige Komposita

  • schoenmaker

    "De schoenmaker kan mijn schoenen repareren."

    iemand die schoenen maakt of repareert

  • schoenlepel

    "Gebruik de schoenlepel om je schoenen aan te trekken."

    een hulpmiddel om schoenen aan te trekken

Häufige Wortkombinationen

  • schoen maat

    "Wat is je schoen maat?"

    Gebruikelijk om te vragen naar de maat van schoenen.

  • schoenen kopen

    "Ik wil nieuwe schoenen kopen."

    Een veelvoorkomende activiteit.

Wichtige Hinweise

  • countability:Schoen is een telbaar zelfstandig naamwoord; je kunt het tellen (één schoen, twee schoenen).
  • register:'Schoen' kan in formele en informele situaties gebruikt worden. In formele situaties kan het ook betrekking hebben op specifieke typen schoenen, zoals 'hoge schoenen'.
  • usage:De enkelvoudsvorm 'schoen' verwijst naar één enkel stuk, terwijl de meervoudsvorm 'schoenen' meer dan één verwijst.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.