deCommon Noun

Singularformen

Het woord 'winkel' is een zelfstandig naamwoord.

Bestimmt (de/het)
de winkel
"Ik ga naar de winkel."
Unbestimmt (een)
een winkel
"Er is een winkel om de hoek."
Ohne Artikel
winkel
"De winkel is open."

Pluralformen

De pluralis is 'winkels'.

Bestimmt (de)
de winkels
"De winkels zijn gesloten."
Ohne Artikel
winkels
"Er zijn veel winkels in de stad."

Verkleinerungsform

winkeltje
"Ik koop een cadeautje in het winkeltje."

Het laat een schattige, kleine winkel zien.

informeel

HĂ€ufige Komposita

  • winkelcentrum

    "Het winkelcentrum heeft veel verschillende winkels."

    shopping center

  • winkelwagen

    "Ik neem een winkelwagen mee om te winkelen."

    shopping cart

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • winkel openen

    "Ze willen een nieuwe winkel openen."

    Dit betekent dat er een nieuwe winkel begint met verkopen.

  • naar de winkel gaan

    "Ik ga naar de winkel voor boodschappen."

    Dit betekent dat je naar de winkel gaat om iets te kopen.

Wichtige Hinweise

  • register:'Winkel' is neutraal en kan in zowel formele als informele situaties worden gebruikt.
  • countability:'Winkel' is telbaar. Je kunt één winkel of meerdere winkels hebben.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.