deCommon Noun

Singularformen

'Ski' betekent een plank die je gebruikt om te skiën.

Bestimmt (de/het)
de ski
"De ski is belangrijk voor wintersport."
Unbestimmt (een)
een ski
"Een ski moet goed zijn om te kunnen skiën."
Ohne Artikel
ski
"In de sneeuw ligt een ski."

Pluralformen

De meervoudsvorm 'ski's' wordt vaak gebruikt wanneer je over meerdere ski's hebt.

Bestimmt (de)
de ski's
"De ski's zijn nieuw en snel."
Ohne Artikel
ski's
"Er liggen ski's in de schuur."

Verkleinerungsform

het skitje
"Het skitje is gemaakt van hout."

Diminutief wordt zelden gebruikt, 'skitje' kan voor een klein ski-object verwijzen.

informeel

Häufige Komposita

  • skiën

    "Ik ga skiën in de bergen."

    de activiteit van skiën

  • skiklas

    "Hij volgt een skiklas in Oostenrijk."

    een les in skiën

Häufige Wortkombinationen

  • op ski's staan

    "Hij staat al jaren op ski's."

    Dit betekent dat iemand kan skiën.

  • ski-pak

    "Zij draagt een nieuw ski-pak."

    Een outfit speciaal voor skiën.

Wichtige Hinweise

  • countability:Het woord 'ski' is telbaar, je kunt er één of meer van hebben.
  • register:Meestal gebruikt in informele gesprekken over wintersport.
  • irregular:Meervoudsvorm met apostrof 'ski's' in plaats van 'skiën'.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.