Slok
A2top5000Zipf 3.9
zelfstandig naamwoord, enkelvoud; werkwoord
de slok
Substantiv/'slɔk/enkelvoud
slokslokjemeervoud
slokkenslokjesslokken
Verb/'slɔkən; 'slɔkə/infinitief
slokkentegenwoordige tijd
sloksloktslokkenverleden tijd
sloktesloktentegenwoordig deelwoord
slokkendslokkende
Erstelle ein kostenloses Konto, um den vollständigen Eintrag für dieses Wort zu generieren.
Kostenlos. Kein Passwort.