Adjective

Attributive Formen

Als je 'snel' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, is het vaak 'snelle', zoals in 'de snelle auto'. Het ligt aan het lidwoord en het zelfstandig naamwoord of je 'snel' of 'snelle' gebruikt.

Mit bestimmtem Artikel
snelle
"De snelle auto reed voorbij."
Mit unbestimmtem Artikel
snelle
"Ik zag een snelle hond rennen."
Ohne Artikel
snel
"Dit is een snel paard."

Prädikative Form

Na werkwoorden als 'zijn' gebruik je 'snel': de trein is snel. Dan staat het los en niet voor een zelfstandig naamwoord.

snel
"De trein is snel."

Komparativ

Om te vertellen dat iets sneller is dan iets anders, gebruik je 'sneller' of 'sneller dan', bijvoorbeeld: de fiets is sneller dan lopen.

Grundform
sneller
"De fiets is sneller dan lopen."
Mit „dan"
sneller dan
"Een haas is sneller dan een schildpad."

Superlativ

Als je wilt zeggen dat iets het snelst van allemaal is, gebruik je 'snelst' na het werkwoord, of 'de snelste' voor een zelfstandig naamwoord.

Attributiv
snelste
"Hij heeft de snelste computer."
Prädikativ
snelst
"De jaguar is het snelst van allemaal."

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.