NEDERLANDS
🇩🇪

Soepel

AdjektivA2

Attributive Formen

Als je 'soepel' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'soepele'. Bijvoorbeeld: 'een soepele beweging' of 'de soepele stof'. Bij onzijdige woorden zonder lidwoord gebruik je 'soepel': 'soepel leer'.

Mit bestimmtem Artikel
Mit unbestimmtem Artikel
Ohne Artikel

Prädikative Form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'soepel'. Bijvoorbeeld: 'De stof is soepel' of 'Hij wordt steeds soepeler'.

Komparativ

Om te zeggen dat iets flexibeler of gemakkelijker is dan iets anders, gebruik je 'soepeler'. Bijvoorbeeld: 'Deze trui is soepeler dan die trui'. Je kunt ook 'dan' toevoegen: 'Deze trui is soepeler dan die trui'.

Grundform
Mit „dan"

Superlativ

Om te zeggen dat iets het flexibelst of gemakkelijkst is, gebruik je 'soepelst' of 'soepelste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'soepelst': 'Zij is het soepelst van de klas'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'soepelste': 'Dit is de soepelste stof'.

Attributiv
Prädikativ

Wichtige Hinweise

  • usage:'Soepel' kan zowel letterlijk (fysieke flexibiliteit) als figuurlijk (gemakkelijk, zonder problemen) gebruikt worden. Bijvoorbeeld: 'De onderhandelingen verliepen soepel.'
  • spelling:In de stellende trap krijgt 'soepel' in attributief gebruik een '-e' (soepele), behalve bij onzijdige woorden zonder lidwoord (soepel materiaal).

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.