NEDERLANDS
🇩🇪

Sok

deSubstantivA1

Singularformen

Het woord 'sok' gebruik je voor één kous die je aan je voet draagt. Het is een telbaar zelfstandig naamwoord.

Bestimmt (de/het)
Unbestimmt (een)
Ohne Artikel

Pluralformen

De meervoudsvorm van 'sok' is 'sokken'. Je gebruikt dit als je het over meerdere sokken hebt.

Bestimmt (de)
Ohne Artikel

Verkleinerungsform

Het woord 'sokje' gebruik je voor kleine sokken, vaak voor kinderen of als iets schattig bedoeld is.

informeel

Häufige Komposita

  • knietsok

    Een sok die tot aan de knie komt.

  • sokophouder

    Een elastiek of band om de sok op zijn plaats te houden.

  • wollsok

    Een sok gemaakt van wol, vaak warm.

Häufige Wortkombinationen

  • aantrekken

    Het werkwoord 'aantrekken' gebruik je vaak met kledingstukken zoals sokken.

  • uittrekken

    Het werkwoord 'uittrekken' gebruik je om aan te geven dat je kledingstukken verwijdert.

  • verliezen

    Sokken raken vaak kwijt, vooral na het wassen.

  • wassen

    Sokken moeten regelmatig gewassen worden.

Wichtige Hinweise

  • usage:Sokken worden vaak in paren gedragen, maar je telt ze individueel (bijv. 'twee sokken').
  • countability:'Sok' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt zeggen 'een sok', 'twee sokken', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm 'sokken' is regelmatig, maar let op dat de 'k' verdubbelt in de spelling.

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.