Spelen
VerbA1
Hilfsverb
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'spelen' betekent zich bezighouden met een activiteit of spel.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Beispiele
Hij houdt ervan om buiten te spelen met zijn vriend.
tegenwoordige tijd, indicatief
Als kind speelde ik vaak in de tuin.
verleden tijd, indicatief
Het huiswerk is gedaan, laten we gaan spelen!
gebiedende wijs, imperatief
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.