Splijten
Hilfsverb
hebben
Sterk werkwoord (klasse 1), onregelmatig in de verleden tijd en voltooid deelwoord.
Het werkwoord 'splijten' kan zowel letterlijk (bijv. hout splijten) als figuurlijk (bijv. een groep splijten) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik splijt het hout voor de open haard.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren spleet hij de boomstam met een wig.
verleden tijd, aantonende wijs
Het hout is al gespleten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Splijt dat blok hout nu meteen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.