Sportief
Attributive Formen
Als je 'sportief' voor een zelfstandig naamwoord zet, verandert het soms. Voor 'de' en 'het' gebruik je 'sportieve', zoals in 'de sportieve man'. Voor 'een' gebruik je 'sportief', zoals in 'een sportief kind'.
- Mit bestimmtem Artikel
- Mit unbestimmtem Artikel
- Ohne Artikel
Prädikative Form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'sportief'. Bijvoorbeeld: 'Hij is sportief'.
Komparativ
Als je wilt zeggen dat iemand of iets meer sportief is, gebruik je 'sportiever'. Bijvoorbeeld: 'Zij is sportiever dan haar vriendin'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'sportievere', zoals in 'een sportievere speler'.
- Grundform
- Mit „dan"
Superlativ
Als je wilt zeggen dat iemand of iets het meest sportief is, gebruik je 'sportiefst' of 'sportiefste'. Na 'zijn' of 'worden' gebruik je 'sportiefst', zoals in 'Hij is het sportiefst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'sportiefste', zoals in 'de sportiefste atleet'.
- Attributiv
- Prädikativ
Wichtige Hinweise
- spelling:Bij de vergrotende en overtreffende trap verandert de spelling: 'sportief' wordt 'sportiever' en 'sportiefst'.
- usage:'Sportiefs' gebruik je alleen als het zelfstandig naamwoord niet genoemd wordt, bijvoorbeeld in 'iets sportiefs'.
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.