Singularformen
Spraak is een zelfstandig naamwoord en betekent het vermogen of de activiteit van het praten.
- Bestimmt (de/het)
- de spraak
- "De spraak van de leraar is duidelijk."
- Unbestimmt (een)
- een spraak
- "Ik heb een spraak gegeven."
- Ohne Artikel
- spraak
- "Spraak is belangrijk voor communicatie."
Pluralformen
De spraak verwijst naar hoe mensen praten, en kan van verschillende vormen zijn, zoals dialecten of accenten.
- Bestimmt (de)
- de spraak
- "De spraak van verschillende mensen kan variëren."
- Ohne Artikel
- sprekingen
- "Er zijn veel spraken afgelopen maand."
Verkleinerungsform
Diminutief wordt vaak gebruikt voor een schattige of informele context.
informeel
HĂ€ufige Komposita
spraakles
"Hij volgt spraakles om beter te leren praten."
les om spraak te verbeteren
spraakmakend
"Zij is een spraakmakend persoon in de media."
iets bijzonders, opvallends in de spraak
HĂ€ufige Wortkombinationen
non-verbale spraak
"Non-verbale spraak is ook belangrijk in communicatie."
Verwijst naar communicatie zonder woorden.
spraakverwarring
"Er was spraakverwarring over het onderwerp."
Betekent miscommunicatie door verschil in taal of uitspraak.
Wichtige Hinweise
- countability:Spraak is meestal niet telbaar, maar in bepaalde contexten kan het telbaar zijn zoals in 'sprekingen'.
- register:Spraak kan in zowel formele als informele situaties voorkomen, afhankelijk van de context.
- irregular:De vaak gebruikte compound 'spraakmaking' heeft een speciale betekenis.
Dieses Wörterbuch ist KI-generiert â das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.