NEDERLANDS
↓↑Enter →
  • 11Streng
    Adjektivniet mild of soepel
  • 22Streng(de)
    Substantivdraad of reeks
  • 33Strengen
    Verbstrakker maken

Durchsuchen

WörterbuchWortschatzMeine WörterZuletzt gesuchte Wörter
NEDERLANDS
↓↑Enter →
🇩🇪
  • 11Streng
    Adjektivniet mild of soepel
  • 22Streng(de)
    Substantivdraad of reeks
  • 33Strengen
    Verbstrakker maken
  1. NEDERLANDS
  2. /Wörterbuch
  3. /Streng
WörterbuchStreng

Streng

  • streng

    Adjektiv

    niet mild of soepel

    1. met duidelijke en harde regels, zonder uitzonderingenDe coach is streng tijdens de training.
    2. zeer serieus en zonder toegeeflijkheid in optredenDe leraar is streng tegen de leerlingen.
    3. zeer koud en onaangenaam, vooral over weerHet is vandaag streng weer buiten.
  • destreng

    Substantiv

    draad of reeks

    1. dunne, langwerpige bundel draden of vezelsDe streng wol ligt op tafel.
  • strengen

    Verb

    strakker maken

    1. dunne, lange draden of vezels strak trekken of ordenenHij strengde de garen voordat hij ging naaien.
    2. zich inspannen of streng optreden om een doel te bereikenDe leraar strengt zich elke dag in om de leerlingen te helpen.

Verwandte Wörter

gestrengdstrengdestrengdenstrengestrengenstrengendstrengendestrengerstrengerestrengersstrengetjestrengetjesstrengsstrengststrengstestrengt

Weiterlernen

Mehr A2-WörterÜben