Terugbetalen
Hilfsverb
hebben
regelmatig werkwoord met scheidbaar voorvoegsel 'terug-'
Het werkwoord 'terugbetalen' wordt vaak gebruikt in financiële contexten, zoals het teruggeven van geleend geld, het vergoeden van kosten of het aflossen van schulden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik betaal de reiskosten volgende week terug.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je het geld al terugbetaald?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij betaalde de lening vorig jaar terug.
verleden tijd, aantonende wijs
Betaal het geld onmiddellijk terug!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je de schuld op tijd terugbetale.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.