Toevallen
Hilfsverb
zijn of hebben (afhankelijk van de context: 'De prijs is hem toegevallen' vs. 'Hij heeft de taak toegevallen gekregen')
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord (toe|vallen)
'Toevallen' betekent vaak dat iets zonder actieve inspanning aan iemand wordt toegewezen of overkomt, bijvoorbeeld een taak, eer, of verantwoordelijkheid.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
De hoofdprijs is hem *toegevallen* tijdens de loterij. (The grand prize *fell to* him during the lottery.)
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Het *valt* mij altijd *toe* om de presentatie te geven. (It always *falls to* me to give the presentation.)
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als deze taak jou *toevalt*, moet je hem goed doen. (If this task *falls to* you, you must do it well.)
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De verantwoordelijkheid *viel* hem *toe* na het vertrek van zijn collega. (The responsibility *fell to* him after his colleague left.)
verleden tijd, aantonende wijs
Weiterlernen
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.