hetCommon Noun

Singularformen

Het woord 'toilet' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een plek voor persoonlijke hygiëne.

Bestimmt (de/het)
de toilet
"Ik ga naar de toilet."
Unbestimmt (een)
een toilet
"Er is een toilet in het restaurant."
Ohne Artikel
toilet
"Hij houdt niet van het toilet."

Pluralformen

De meervoudsvorm 'toiletten' wordt gebruikt voor meerdere ruimtes of voorzieningen.

Bestimmt (de)
de toiletten
"De toiletten zijn schoon."
Ohne Artikel
toiletten
"Er zijn geen toiletten in de buurt."

Verkleinerungsform

toiletje
"Het toiletje is klein."

Het diminutief 'toiletje' kan schattig of minder serieus klinken.

informeel

Häufige Komposita

  • toiletpapier

    "We moeten toiletpapier kopen."

    papier dat je gebruikt voor persoonlijke hygiëne na gebruik van het toilet

  • toilettas

    "Ik pak mijn toilettas voor de reis."

    tas voor toiletspullen

  • toiletgebouw

    "Het toiletgebouw is dichtbij de speeltuin."

    gebouw waarin zich toiletten bevinden

Häufige Wortkombinationen

  • naast de toilet

    "Het staat naast de toilet."

    Dit geeft de locatie aan.

  • gebruik maken van de toilet

    "Kun je gebruik maken van de toilet?"

    Dit is een veelgebruikte uitdrukking voor toegang vragen.

Wichtige Hinweise

  • countability:Het woord 'toilet' is telbaar; je kunt zeggen 'één toilet' of 'twee toiletten'.
  • register:Het woord kan formeel gebruikt worden in openbare ruimtes en informeel in huis.
  • usage:Het wordt vaak gebruikt in de context van hygiëne, restaurant, of openbare voorzieningen.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.