đŸ‡łđŸ‡±

Singularformen

'trui' is een zelfstandig naamwoord dat iets beschrijft dat je draagt.

Bestimmt (de/het)
de trui
"Ik heb de trui gekocht."
Unbestimmt (een)
een trui
"Zij draagt een mooie trui."
Ohne Artikel
trui
"De trui is warm."

Pluralformen

Als je meer dan één trui hebt, gebruik je 'truien'.

Bestimmt (de)
de truien
"De truien hangen in de winkel."
Ohne Artikel
truien
"Ik heb nieuwe truien gekocht."

Verkleinerungsform

truitje
"Het truitje is schattig."

Diminutief wordt vaak gebruikt voor schattigheid of kleinheid.

informeel

HĂ€ufige Komposita

  • wollen trui

    "Hij draagt een wollen trui."

    een trui van wol

  • trui met kap

    "Zij heeft een trui met kap voor de winter."

    een trui met een capuchon

HĂ€ufige Wortkombinationen

  • knitted trui

    "Ze heeft een gebreide trui aan."

    'gebreide' beschrijft hoe de trui is gemaakt.

  • warme trui

    "Een warme trui is fijn in de winter."

    'warme' geeft aan dat de trui comfortabel is.

Wichtige Hinweise

  • countability:Trui is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:In formele teksten wordt 'trui' meestal gewoon gebruikt zonder bijzonderheden.
  • usage:In het dagelijks gebruik kan 'trui' vaak samen met bijvoeglijke naamwoorden gebruikt worden, zoals 'mooie' of 'warme'.
  • irregular:Er zijn geen onregelmatige vormen voor de meervoudsvorm van 'trui'. Vervang gewoon 'trui' door 'truien'.

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollstĂ€ndigste niederlĂ€ndische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.