Variëren
Hilfsverb
hebben
regelmatig werkwoord, zwak werkwoord
Het werkwoord 'variëren' wordt gebruikt om aan te geven dat iets verandert of afwisselt binnen een bepaald kader of thema. Het impliceert vaak diversiteit of afwisseling binnen een herhaalbaar patroon.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik varieer mijn ontbijt elke dag om het gezond en interessant te houden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorig jaar varieerde zij haar kledingstijl om zichzelf uit te drukken.
verleden tijd, aantonende wijs
Je moet variëren met je studieonderwerpen om alles goed te begrijpen.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel de resultaten variëren, is de algemene trend positief.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
De docent heeft de lesmethoden gevarieerd om de studenten te motiveren.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.