Verslapen
Hilfsverb
hebben
onregelmatig werkwoord, wederkerend (zich verslapen)
Het werkwoord 'verslapen' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand per ongeluk te lang slaapt en daardoor iets mist, zoals een afspraak of een trein.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Beispiele
Ik verslaap me bijna nooit, maar vandaag heb ik me verslapen.
tegenwoordige tijd en voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je je verslaapt, mis je de trein.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij versliep zich gisteren en kwam te laat op school.
verleden tijd, aantonende wijs
Verslaap je niet voor het examen morgen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Weiterlernen
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.