Verzekeren
Hilfsverb
hebben
overgankelijk werkwoord
Het werkwoord 'verzekeren' kan zowel letterlijk (bijv. een verzekering afsluiten) als figuurlijk (bijv. iemand geruststellen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Beispiele
Ik verzeker mijn auto elk jaar opnieuw.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij verzekerde haar kinderen dat alles in orde was.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je je reis al verzekerd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Verzeker je goed voordat je begint!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.