Adverb

Grundform

'Vrijdag' is een bijwoord dat de naam van de dag van de week aangeeft en wordt gebruikt om specifieke tijdsaanduidingen te maken.

vrijdag
"Ik ga vrijdag naar de film."

Positionen im Satz

  • begin van de zin

    "Vrijdag ga ik naar de film."

    Nadruk op de dag waarop iets gebeurt.

  • midden van de zin

    "Ik ga op vrijdag naar de film."

    Standaard gebruik, minder nadruk.

  • einde van de zin

    "Ik ga naar de film op vrijdag."

    Nadruk op wat er gebeurt op die dag.

Komparativ

n.v.t.
"n.v.t."

Het woord 'vrijdag' heeft geen comparatieve vorm.

Superlativ

n.v.t.
"n.v.t."

Het woord 'vrijdag' heeft geen superlatieve vorm.

HĂ€ufige Kombinationen

  • with "aankomende"

    "Aankomende vrijdag ga ik naar de film."

    Vaak gebruikt om een toekomstig moment aan te duiden.

  • with "afgelopen"

    "Aflopende vrijdag was ik ziek."

    Gebruikt om te verwijzen naar de vrijdag die geweest is.

Ähnliche Wörter

  • de vijfde dag

    "De vijfde dag van de week is vrijdag."

    Meer beschrijvend, maar minder gebruikelijk.

  • weekendbegroting

    "Vrijdag betekent vaak de start van het weekend."

    Specifiek voor het begin van het weekend.

Wichtige Hinweise

  • position:Vrijdag staat vaak vooraan in de zin voor nadruk bij aankondigingen.
  • usage:Gebruik in planningen en agenda’s is heel gebruikelijk.
  • register:Amateurs gebruiken 'vrijdag' gewoonlijk in informele conversaties.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.