NEDERLANDS
🇩🇪
  • Vrijgezel
    Adjektivniet getrouwd alleenstaand
  • Vrijgezel(de)
    Substantivongehuwde persoon

Vrijgezel

  • vrijgezel

    Adjektiv

    niet getrouwd alleenstaand

    1. bijvoeglijk naamwoord / bijwoord

      niet getrouwd alleenstaand

  • devrijgezel

    Substantiv

    ongehuwde persoon

    1. huwelijkse staat

      Iemand die niet getrouwd is. Het woord wordt vaak gebruikt voor een man.

      Peter is al jaren de vrijgezel van de familie.

    vrijgezellenfeestals vrijgezelde vrijgezel van de familieal jaren vrijgezel

Weiterlernen