Singularformen
Het zelfstandige naamwoord 'week' verwijst naar een periode van zeven dagen.
- Bestimmt (de/het)
- de week
- "De week begint op maandag."
- Unbestimmt (een)
- een week
- "Ik heb een week vrij."
- Ohne Artikel
- week
- "Week na week blijft het hetzelfde."
Pluralformen
De pluralis 'weken' geeft aan dat er meer dan één week is.
- Bestimmt (de)
- de weken
- "De weken vliegen voorbij."
- Ohne Artikel
- weken
- "Zij hebben veel weken gewerkt."
Verkleinerungsform
Dit maakt het vriendelijker en informeler.
informeel
HĂ€ufige Komposita
werkweek
"Een werkweek bestaat meestal uit vijf dagen."
de week waarin je werkt
vijfdaagse werkweek
"De vijfdaagse werkweek is gebruikelijk in Nederland."
een werkweek van vijf dagen
HĂ€ufige Wortkombinationen
volgende week
"Volgende week ga ik op vakantie."
Verwijst naar de week die volgt op de huidige week.
de afgelopen week
"In de afgelopen week heb ik veel gedaan."
Verwijst naar de week die net voorbij is.
Wichtige Hinweise
- countability:Het woord 'week' is telbaar; je kunt zeggen 'drie weken'.
- irregular:Geen bijzondere onregelmatigheden in de vorming van het meervoud.
- register:In formele communicatie kan men zeggen 'week' of 'dinsdag tot vrijdag', terwijl men in informele communicatie vaak zinnen als 'Hele week' gebruikt.
- usage:Gebruik 'week' als je het hebt over tijd, plannen of gebeurtenissen.
Dieses Wörterbuch ist KI-generiert â das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.