NEDERLANDS
🇩🇪

Week

hetSubstantivA1

Singularformen

Het woord 'week' is meestal gebruikt met 'de'.

Bestimmt (de/het)
Unbestimmt (een)
Ohne Artikel

Pluralformen

In het meervoud wordt 'week' 'weken'.

Bestimmt (de)
Ohne Artikel

Verkleinerungsform

Het suggereert een korte periode, vaak gebruikt in informele contexten.

informeel

Häufige Komposita

  • weekend

    de zaterdag en zondag van de week

  • weekblad

    tijdschrift dat elke week verschijnt

Häufige Wortkombinationen

  • volgende

    Gebruik om de week aan te geven die na de huidige komt.

  • afgelopen

    Gebruik om de week aan te geven die net is afgelopen.

  • werk

    De dagen waarop men werkt binnen de week.

Wichtige Hinweise

  • usage:'Week' wordt vaak gebruikt in combinaties zoals 'volgende week' en 'afgelopen week'.
  • countability:‘Week’ is een telbaar zelfstandig naamwoord; men kan bijvoorbeeld specifieke aantallen weken hebben.

Weiterlernen

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.